ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ5296
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Tijselink
- C.J. Polak
- A.D. Belcheva
- Rechtspraak.nl
Vernietiging monumentenvergunning wegens procedurele en motiveringsgebreken
De zaak betreft het beroep van eisers tegen de monumentenvergunning verleend aan vergunninghoudster voor het verhogen van een pand aan de Keizersgracht 164 te Amsterdam. De rechtbank oordeelt dat het ontwerpbesluit niet de wettelijk vereiste termijn van zes weken ter inzage heeft gelegen, maar slechts vijf weken, wat niet kan worden gepasseerd. Tevens is niet voldaan aan de ministeriële adviesplicht omdat geen advies van de Rijksdienst voorafgaand aan het besluit is ingewonnen.
Verder is onduidelijk aan welk beleid de vergunning is getoetst, aangezien de Commissie voor Welstand en Monumenten (CWM) haar advies baseerde op verouderd beleid uit 1998 en 2002, terwijl het actuele beleid uit 2010 niet is betrokken. De rechtbank benadrukt dat een kenbare en controleerbare motivering ontbreekt, waardoor het besluit niet stand kan houden.
Ten aanzien van het verzoek om handhaving tegen illegale bouwwerken op het monument is het besluit van verweerder onvoldoende gemotiveerd en zorgvuldig voorbereid. De rechtbank beveelt een nieuw besluit binnen drie maanden, met inachtneming van de wettelijke voorschriften en een volledige motivering. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De monumentenvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen.