ECLI:NL:RVS:2009:BJ5081
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.W.J. Sloots
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verbod permanente bewoning recreatiewoning in Oldebroek
Het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek legde appellant een last onder dwangsom op om de permanente bewoning van zijn recreatiewoning te staken, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan "recreatiepark Mulligen". De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het bestemmingsplan onuitvoerbaar en strijdig met de Wet op de Ruimtelijke Ordening is, dat handhaving onevenredig is vanwege financiële gevolgen, dat er sprake is van concreet zicht op legalisatie en dat het vertrouwensbeginsel is geschonden door jarenlang gedogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de toetsing van het bestemmingsplan in deze procedure niet aan de orde is, alleen de geldigheid van het planvoorschrift. Vaststaat dat appellant het pand permanent bewoont in strijd met het bestemmingsplan, waardoor handhavend optreden gerechtvaardigd is. De aangevoerde financiële gevolgen konden niet in hoger beroep worden ingebracht en werden buiten beschouwing gelaten. Er was geen concreet zicht op legalisatie, mede omdat het college een nota heeft vastgesteld die handhaving voorschrijft. Het enkele tijdsverloop en het eerdere niet-handhaven van het college vormden geen bijzondere omstandigheden om af te zien van handhaving. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen toezeggingen waren gedaan door bevoegde personen en het beleid eenduidig is.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het collegebesluit tot handhaving van het verbod op permanente bewoning wordt bevestigd.