ECLI:NL:RBAMS:2011:BR0279
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M. van den Bergh
- C. Kraak
- M.E.M. James-Pater
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling met lifehammer
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer met een lifehammer op of omstreeks 10 juli 2009 in Capellen of Luxemburg.
De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte met de lifehammer had geslagen of dat het letsel door haar handelen was veroorzaakt. De verdediging stelde dat verdachte niet geslagen had en voerde subsidiair noodweer of noodweerexces aan.
De rechtbank overwoog dat hoewel verdachte de lifehammer ter hand had genomen, onvoldoende was komen vast te staan dat zij het slachtoffer daarmee had geslagen. De verklaringen van het slachtoffer en zijn echtgenote konden het resultaat zijn van een reconstructie achteraf. Bovendien kon het letsel ook zijn veroorzaakt door de echtgenoot van verdachte, die het slachtoffer een vuistslag had gegeven.
De medische verklaring gaf onvoldoende duidelijkheid over de aard en oorzaak van het letsel. Daarom werd het subsidiaire noodweer(-exces) verweer niet verder besproken en werd verdachte vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij het slachtoffer met een lifehammer heeft geslagen en het letsel heeft veroorzaakt.