ECLI:NL:RBAMS:2011:BT1956
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking WAO-uitkering wegens vermeende onttrekking aan vrijheidsstraf
Verzoeker ontving een WAO-uitkering wegens psychische klachten, die door verweerder werd beëindigd per 1 augustus 2011 op grond van vermeende onttrekking aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. Verzoeker betwistte kennis van de straf en stelde dat de taakstraf niet rechtsgeldig aan hem was betekend. Tevens voerde hij aan dat de intrekking in strijd is met internationale verdragen en het eigendomsrecht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht naar de vraag of verzoeker daadwerkelijk op de hoogte was van de straf en zich onttrok aan de tenuitvoerlegging. Verweerder baseerde het besluit op een lijst van het Ministerie zonder nadere controle of kennis van verzoeker. Hierdoor was het besluit onzorgvuldig voorbereid en niet kenbaar voor verzoeker.
Gelet op het spoedeisend belang van verzoeker en de tekortkomingen in het besluit, werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering geschorst.