ECLI:NL:RBAMS:2011:BU1311
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Tijselink
- T.J.P. van Os van den Abeelen
- A.J. Bongers-Scheijde
- Rechtspraak.nl
Verkorting loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
Eiseres, werkgever van een arbeidsongeschikte werkneemster, kreeg een loonsanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. De werkneemster was sinds juli 2007 arbeidsongeschikt na twee herseninfarcten. Verweerder, het UWV, verlengde de loondoorbetalingsplicht met 52 weken en wees verzoeken tot verkorting van deze loonsanctie af.
De rechtbank onderzocht of de werkgever vanaf 1 augustus 2008 voldoende re-integratie-inspanningen had verricht. Uit medisch en arbeidsdeskundig onderzoek bleek dat de werkneemster fysieke beperkingen had maar wel restcapaciteiten. De werkgever had echter pas na september 2009 pogingen ondernomen tot re-integratie, die mislukten. De rechtbank vond dat de werkgever tot 20 oktober 2009 onvoldoende had gehandeld, maar daarna wel aan haar verplichtingen had voldaan.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de eerste loonsanctie ongegrond, maar het beroep tegen de weigering tot verkorting van de loonsanctie gegrond. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de periode na 20 oktober 2009. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt dat de werkgever verantwoordelijk is voor re-integratie en dat de loonsanctie alleen kan worden opgelegd als onvoldoende inspanningen zonder deugdelijke grond zijn verricht. De toekenning van een IVA-uitkering aan de werkneemster leidt niet automatisch tot het vervallen van re-integratieverplichtingen.
Uitkomst: Loonsanctie blijft van kracht tot 20 oktober 2009, daarna moet verweerder nieuw besluit nemen over verkorting.