ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1321
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige zorgplichtschending bij minderjarige lease-overeenkomst met schadevergoeding
De zaak betreft een lease-overeenkomst gesloten door een minderjarige zonder toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger, waarbij de gedaagde partij haar zorgplicht heeft geschonden. De eiser vordert vernietiging van de overeenkomst en terugbetaling van betaalde bedragen wegens onrechtmatig handelen.
De rechtbank stelt vast dat er geen sprake is van nietigheid wegens strijd met de goede zeden of openbare orde, noch van dwaling of misbruik van omstandigheden. Wel is de waarschuwingsplicht van de gedaagde geschonden, waardoor onrechtmatig handelen is vastgesteld. De schade bestaat uit betaalde termijnen en een restschuld.
De rechtbank weegt de eigen schuld van de eiser mee en bepaalt dat tweederde van de restschuld voor rekening van de gedaagde komt. Daarnaast wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf de datum van ingebrekestelling. De gedaagde wordt ook veroordeeld tot het corrigeren van de negatieve BKR-registratie binnen veertien dagen onder dreiging van een dwangsom.
Tot slot wordt de gedaagde veroordeeld in de proceskosten en wordt het meer of anders gevorderde afgewezen.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 895,62 schadevergoeding met rente en correctie van de BKR-registratie.