ECLI:NL:RBAMS:2011:BV7518
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Nat
- C.A.E. Wijnker
- C.W. Inden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereiding diefstal en afpersing met geweld
Op 1 juni 2011 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, waarin hem werd verweten voorbereidingshandelingen te hebben verricht voor diefstal met geweld, afpersing met geweld en doodslag. De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding partieel nietig was vanwege een innerlijke tegenstrijdigheid in de tenlastelegging omtrent voorbereidingshandelingen voor doodslag, aangezien zulke handelingen moeilijk voorstelbaar zijn zonder voorbedachten rade.
De rechtbank beoordeelde het bewijs voor de overige tenlasteleggingen en concludeerde dat onvoldoende concreet misdadig doel kon worden vastgesteld. Hoewel in een bus met verdachte en medeverdachten wapens, munitie, maskers en andere voorwerpen werden aangetroffen, ontbrak het aan bewijs dat deze goederen bestemd waren voor een specifiek misdrijf. Zo was onduidelijk wie de zoekopdrachten op een laptop had uitgevoerd en wanneer, en kon niet worden vastgesteld dat verdachte wist van het vuurwapen in de bus.
Ook voor het bezit van de motorfiets, waarvan werd gesteld dat deze gestolen was, kon niet worden bewezen dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een misdrijfgoed betrof. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van alle ten laste gelegde feiten, hief het bevel tot voorlopige hechtenis op en gelastte teruggave van in beslag genomen goederen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van concreet bewijs voor het aannemen van strafbare voorbereidingshandelingen en het zorgvuldig toetsen van de tenlastelegging aan de wettelijke vereisten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van een concreet misdadig doel en partieel nietigheid van de dagvaarding voor voorbereidingshandelingen doodslag.