ECLI:NL:RBAMS:2012:BV7983
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Wajong-uitkering wegens onvolledige beoordeling jonggehandicapte
Eiser vroeg een Wajong-uitkering aan, die door verweerder werd afgewezen omdat eiser tussen 3 februari 2005 en 30 september 2006 minimaal 75% van het maatmaninkomen verdiende. Verweerder baseerde zich daarbij op artikel 2:15, eerste lid, onder a, van de Wet Wajong, maar liet na te onderzoeken of eiser na afloop van die periode alsnog jonggehandicapte kon zijn volgens artikel 2:3, tweede lid.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel had geschonden door geen verzekeringsgeneeskundig onderzoek uit te voeren en niet te beoordelen of eiser na zijn dienstverband bij Wilko B.V. op 30 september 2006, toen hij 22 jaar was, alsnog jonggehandicapte was. De rechtbank stelde vast dat eiser sinds 2002 mogelijk recht had op een Wajong-uitkering en dat de aanvraag van 2010 een nieuwe aanvraag betrof, niet een herhaalde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de Wajong-aanvraag is vernietigd en verweerder is opgedragen een nieuw besluit te nemen.