ECLI:NL:RBAMS:2012:BV8628
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding niet rechtsgeldig na vertrouwensbescherming
Eiseres ontving een bijstandsuitkering met een toeslag en meldde sinds 2006 dat haar ex-echtgenoot bij haar inwoonde. Verweerder trok de uitkering in op grond van het niet melden van een gezamenlijke huishouding, maar de rechtbank oordeelde eerder dat hiervoor onvoldoende feitelijke grondslag bestond. Verweerder wijzigde daarop het besluit en trok de uitkering in vanaf 29 augustus 2006 wegens gezamenlijke huishouding.
De rechtbank stelde vast dat eiseres en haar ex-echtgenoot een gezamenlijke huishouding voerden, maar dat eiseres erop mocht vertrouwen dat haar uitkering niet rauwelijks zou worden ingetrokken omdat zij tijdig melding had gedaan. Verweerder had onvoldoende duidelijk gemaakt dat de uitkering na drie maanden zou worden beëindigd, waardoor eiseres geen kans had om haar situatie aan te passen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en bepaalde dat de uitkering pas drie maanden na het primaire besluit, te weten 2 mei 2011, wordt ingetrokken. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De bijstandsuitkering wordt ingetrokken met ingang van drie maanden na het primaire besluit, 2 mei 2011, en het bestreden besluit wordt vernietigd.