ECLI:NL:RBAMS:2012:BV8737
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- J.A.J. Peeters
- C.P.E. Meewisse
- C.L.J.M. de Waal
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking afgewezen wegens ontbreken objectieve vrees voor partijdigheid
Verzoeker, verdachte in een strafzaak wegens seksueel misbruik en bezit van kinderporno, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de rechtbank Amsterdam. Dit verzoek was gebaseerd op drie gronden: de subjectieve beleving van vooringenomenheid, het handhaven van het spreekrecht van ouders ondanks een arrest van de Hoge Raad, en vermeende schending van de onschuldpresumptie door uitlatingen van de voorzitter.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechtbank haar beslissing over het spreekrecht zorgvuldig had gemotiveerd en dat het arrest van de Hoge Raad niet bindend was in absolute zin. De uitlatingen van de voorzitter tijdens een persbijeenkomst werden in context geplaatst en betroffen geen oordeel over schuld of persoon van verzoeker.
De wrakingskamer benadrukte dat een wraking alleen kan worden toegewezen bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, wat hier ontbrak. De subjectieve gevoelens van verzoeker waren onvoldoende. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en de zaak werd voortgezet in de bestaande procedurele fase.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.