ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8488
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand aan niet-rechtmatig verblijvende moeder van Nederlandse kinderen
Eisers, bestaande uit een moeder met de [buitenlandse] nationaliteit zonder verblijfsvergunning en haar Nederlandse kinderen, vroegen bijzondere bijstand voor woonkosten aan. De gemeente Amsterdam wees deze aanvragen af omdat eiseres niet als Nederlander of als met een Nederlander gelijkgestelde vreemdeling wordt aangemerkt volgens de WWB.
Eisers voerden aan dat op grond van artikel 8 EVRM Pro, het IVRK en het arrest Ruiz Zambrano een positieve verplichting bestaat om de moeder te ondersteunen, aangezien haar kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben en zij de enige verzorger is. De rechtbank overwoog dat de bijstandsverlening aan niet-gelijkgestelde vreemdelingen categorisch is uitgesloten en dat het beroep op internationale bepalingen en jurisprudentie niet tot een ander oordeel leidt.
De rechtbank stelde vast dat de kinderen een bijstandsuitkering met woonkostentoeslag ontvangen die toereikend is en dat de weigering van bijzondere bijstand aan eiseres niet leidt tot feitelijke verplichting voor de kinderen om Nederland of de EU te verlaten. Ook werd geconcludeerd dat de door eisers overgelegde bewijsstukken onvoldoende waren om de gevraagde woonkosten aan te tonen.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde de gemeente in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 1 juni 2012.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van bijzondere bijstand aan de derdelander zonder rechtmatig verblijf.