ECLI:NL:CRVB:2011:BP5547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over ingangsdatum bijstand na terugkeer uit het buitenland
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verbleef langer dan toegestaan in het buitenland, waardoor het College de bijstand opschortte en introk met ingang van 22 mei 2007. Betrokkene diende op 28 september 2007 een nieuwe aanvraag in, waarna het College de bijstand vanaf die datum toewees.
De erfgename van betrokkene ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank die het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit ongegrond verklaarde. De Raad oordeelde dat zij ontvankelijk was in het hoger beroep en onderzocht of de bijstand met terugwerkende kracht toegekend kon worden.
De Raad maakte onderscheid tussen de periode van 22 mei tot 19 juli 2007, die al was beoordeeld, en de periode van 20 juli tot 27 september 2007, waarvoor nog geen besluit was genomen. Voor die laatste periode geldt het uitgangspunt dat geen bijstand wordt verleend voor de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De ziekte van betrokkene en problemen met de vliegtuigmaatschappij werden erkend, maar vormden geen bijzondere omstandigheden omdat betrokkene de aanvraag ook door een derde had kunnen laten indienen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstand blijft 28 september 2007; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.