ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens ontvangen erfdeel ondanks betwiste schulden
Appellant ontving vanaf 3 maart 2003 bijstand en had op dat moment een aanspraak op een erfdeel uit de nalatenschap van zijn moeder, die op 11 april 2002 was overleden. Bijstand werd toegekend met de mededeling dat het vermogen later zou worden vastgesteld. Na ontvangst van het erfdeel op 14 april 2005 vorderde het College terugbetaling van de bijstandskosten.
Appellant stelde dat het College geen rekening had gehouden met door hem opgevoerde schulden, maar de Raad oordeelde dat deze schulden niet voldoende aannemelijk waren gemaakt en dat er geen daadwerkelijke verplichting tot terugbetaling bestond. De rechtbank had terecht het bewijsaanbod van appellant om zijn broer als getuige te horen, verworpen.
De Raad bevestigde dat de aanspraak op het erfdeel ontstond op het moment van overlijden van de erflater en dat het College terecht het erfdeel als vermogen heeft meegewogen voor de terugvordering. Ook het beroep op beleidsregels en de gezondheidssituatie van appellant leidde niet tot afzien van terugvordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van bijstandskosten wegens ontvangen erfdeel wordt bevestigd ondanks betwiste schulden.