ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1439
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- J.A.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verlof voor onderhandse verkoop van verpande aandelen in Delma door RBS
RBS heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 3:251 lid 1 BW Pro om verlof te verkrijgen voor de onderhandse verkoop van verpande aandelen in Delma, vanwege wanbetaling door Ramblas op een lening van €200 miljoen. Ramblas en dochteronderneming Delma hebben sinds december 2011 geen bestuurders meer, en de aandelen zijn verpand aan RBS.
De aandeelhouder [A] trad op als informant en stelde zich op het standpunt dat hij als belanghebbende moest worden aangemerkt, mede vanwege zijn garantstelling en achtergestelde lening. De rechtbank oordeelde echter dat zijn positie als aandeelhouder en schuldeiser onvoldoende is om als belanghebbende te kwalificeren, mede gelet op het rechtspersonenrecht en jurisprudentie.
De rechtbank stelde vast dat RBS gerechtigd is tot uitwinning van het pandrecht vanwege het verzuim van Ramblas en dat het bod van €80 miljoen van de kopers de hoogst mogelijke opbrengst vertegenwoordigt. De rechtbank wees het verzoek van [A] af en verleende RBS het gevraagde verlof tot onderhandse verkoop van de aandelen in Delma.
Uitkomst: RBS krijgt verlof tot onderhandse verkoop van de verpande aandelen in Delma voor €80 miljoen.