ECLI:NL:HR:2012:BV9961
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- C.A. Streefkerk
- M.A. Loth
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoeker in cassatie bij vaststelling Nederlanderschap minderjarige
In deze zaak heeft de rechtbank vastgesteld dat de minderjarige dochter van verzoeker en verweerster 1 de Nederlandse nationaliteit bezit. Verzoeker stelde in cassatie dat hij niet met verweerster 1 gehuwd was en niet de vader van de dochter, maar deze stellingen werden gepasseerd vanwege eerdere erkenning van het vaderschap en de huwelijksakte.
De kernvraag betrof de ontvankelijkheid van verzoeker in cassatie, waarbij de Hoge Raad oordeelde dat verzoeker niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Dit omdat de vaststelling van het Nederlanderschap van de dochter geen eigen belang van verzoeker raakt, noch bepalend is voor familierechtelijke betrekkingen, ouderlijk gezag of alimentatie.
De Hoge Raad verwees naar vaste rechtspraak en wetsgeschiedenis omtrent het begrip belanghebbende in procedures op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de verzoekschriftprocedure. Verzoeker werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
De beschikking werd gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Streefkerk en Loth en in het openbaar uitgesproken door Van Oven op 25 mei 2012.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens gebrek aan eigen belang.