ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2764
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van uitlevering aan Suriname ondanks bezwaren over detentieomstandigheden en vervolging
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot uitlevering van een persoon aan Suriname ter vervolging voor meerdere ernstige strafbare feiten, waaronder medeplegen van poging tot moord en deelname aan een criminele organisatie. De verdediging voerde aan dat uitlevering zou leiden tot schending van de artikelen 3 en 5 EVRM vanwege slechte detentieomstandigheden en langdurige voorlopige hechtenis in Suriname.
De rechtbank oordeelde dat er geen concrete aanwijzingen waren dat de opgeëiste persoon reeds een schending had ondergaan of dat er een reëel risico bestond op een flagrante schending van deze rechten. De mogelijkheid om voorlopige hechtenis in Suriname door een rechter te laten toetsen, werd als voldoende remedie beschouwd. Daarnaast werd het onschuldverweer verworpen omdat de opgeëiste persoon niet tijdig onschuld kon aantonen.
De authenticiteit van de uitleveringsstukken werd bevestigd ondanks het bestaan van enkel kopieën, en het primaire verweer dat er sprake zou zijn van vervolging in Nederland werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor uitlevering was voldaan en verklaarde de uitlevering toelaatbaar, met de mogelijkheid tot beroep in cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Suriname toelaatbaar ondanks bezwaren over detentieomstandigheden en vervolging.