ECLI:NL:RBAMS:2012:BY9076
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Reële eigendom inventaris en bodemrecht bij belastingschuld pachter in horecagelegenheid
Poignant Holding B.V. exploiteerde sinds 2003 een horecagelegenheid en verpachtte deze in 2008 aan Klein Kalfje B.V. De belastingdienst legde executoriaal beslag op de inventaris wegens belastingschulden van de pachter. Poignant stelde zich op het standpunt dat zij als reële eigenaar van de inventaris beschermd is tegen executie, mede gelet op het afnamebeding in de pachtovereenkomst.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een materiële belastingschuld van de pachter en dat de ontvanger zich op het bodemrecht beriep om verhaal te halen op de inventaris van Poignant. De ontvanger stelde dat het afnamebeding mede ten behoeve van Poignant was en dat daardoor geen sprake was van bescherming van haar reële eigendom.
De rechtbank oordeelde dat Poignant gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de bescherming van haar reële eigendom. Het profijt van het afnamebeding was beperkt en tijdelijk, en de situatie van Poignant verschilde wezenlijk van de typische bierbrouwer-caféhouderrelatie. Gezien de feiten en het beleid in de Leidraad Invordering 2008 moest de inventaris worden ontzien. De vordering van de ontvanger werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de ontvanger af en beschermt de reële eigendom van Poignant tegen executie.