ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ0685
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks betwisting dagvaarding
De rechtbank Amsterdam behandelde op 21 december 2012 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte aan de uitvaardigende lidstaat Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van één jaar opgelegd door het Ostrów Mazowiecka District Court. De verdachte betwistte dat hij in persoon was gedagvaard en ontkende op de hoogte te zijn geweest van de strafzaak.
De raadsman voerde aan dat de overlevering moest worden geweigerd omdat niet voldaan was aan de vereisten van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW), met name dat de verdachte niet in persoon was gedagvaard en niet ondubbelzinnig op de hoogte was gesteld van de terechtzitting. De officier van justitie stelde dat de dagvaarding volgens Pools recht was betekend aan een volwassen huisgenoot, wat volgens de rechtbank gelijkwaardig is aan dagvaarding in persoon.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Poolse Wetboek van Strafvordering rechtsgeldig was betekend en dat daarmee ondubbelzinnig vaststond dat de verdachte op de hoogte was van de datum en plaats van de terechtzitting. De primaire, subsidiaire en meer subsidiaire verweren van de verdediging werden verworpen. Ook het onschuldverweer faalde omdat de verdachte geen bewijs leverde.
De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig waren en dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen. De overlevering werd toegestaan voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf in Polen. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van één jaar.