Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
- In zaak A zijn 30 maanden verstreken sinds de aanhouding van verdachte. In zaak B zijn 28 maanden verstreken sinds het eerste verhoor van verdachte. Verdachte was ten tijde van de aanhouding en het eerste verhoor 13 jaar en is thans 16 jaar. De rechtbank merkt op dat minderjarigen in de levensfase van 13 tot 16 jaar in de regel een forse persoonlijke ontwikkeling doormaken.
- Op 5 januari 2011 heeft de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerd om zaak A met een werkstraf en een MHS af te doen. Op 24 juni 2011 heeft de Raad meegedeeld dat de MHS, die in zaak A op 21 oktober 2010 was opgelegd als schorsingsvoorwaarde, positief is afgerond. Bij rapport van 28 maart 2013 heeft de Raad gesteld dat verdachte geen verdere strafrechtelijke begeleiding nodig heeft.
- Op de justitiële documentatie van verdachte staat, naast de onderhavige feiten, dat zij een op 16 juni 2010 door de Officier van Justitie aangeboden transactie terzake overtreding van de Leerplichtwet heeft geaccepteerd. Sinds onderhavige feiten is verdachte niet meer met politie en justitie in aanraking geweest.
- De officier van justitie heeft ter zitting in zaak A een verzoek wijziging tenlastelegging aangekondigd, inhoudende dat aan de tenlastegelegde straatroof een subsidiair feit, te weten bedreiging in vereniging, dient te worden toegevoegd omdat in haar optiek het subsidiaire feit meer recht doet aan het feitencomplex zoals dat zich op 8 oktober 2010 heeft afgespeeld. In zaak B gaat het om een mishandeling.