ECLI:NL:RBAMS:2013:5862
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in bezwaar tegen beslissing rechter-commissaris na verwijzing door politierechter
Verdachte diende een bezwaarschrift in tegen de beslissing van de rechter-commissaris om bepaalde onderzoekshandelingen niet te verrichten. De zaak was door de politierechter verwezen naar de rechter-commissaris voor het horen van getuigen en verdere onderzoekshandelingen.
De rechter-commissaris wees het verzoek tot aanvullende onderzoekshandelingen af omdat deze vooral gericht waren op het toetsen van de geloofwaardigheid van een getuigenverklaring, en hij zag geen relevant belang voor de zaak. Verdachte stelde bezwaar hiertegen in, maar de officier van justitie betoogde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was omdat de zaak reeds verwezen was naar de rechter-commissaris en het bezwaar niet binnen de termijn was ingediend.
De rechtbank oordeelde dat sinds de inwerkingtreding van de Wet versterking positie rechter-commissaris per 1 januari 2013, de artikelen 181 tot en met 184 Sv niet van toepassing zijn op onderzoek na verwijzing door de politierechter op grond van artikel 316 lid 1 Sv Pro. Hierdoor is bezwaar ex artikel 182 lid 6 Sv Pro niet mogelijk in deze fase. Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen de beslissing van de rechter-commissaris.