Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
.De redelijke termijn is vanaf dat moment gaan lopen en zal naar verwachting eindigen met een uitspraak op 7 oktober 2013, een tijdsverloop van 27 maanden.
Daarbij verdient opmerking dat ook de verjaringsregels de verdachte bescherming bieden tegen inactiviteit van politie en/of justitie, welke bescherming is versterkt door de wijziging van art. 72 Sr Pro bij de wet van 16 november 2005, Stb. 595, waardoor de termijn van verjaring ook na de stuiting van de verjaring aan een maximum is gebonden.” [cursivering rechtbank].
VN niveau
- er is geen sprake van een ingewikkelde zaak. Er heeft geen langdurig strafrechtelijk onderzoek plaatsgevonden. De raadsvrouw van medeverdachte [medeverdachte 1] heeft in februari 2012, nadat de officier van justitie kort daarvoor tot verdere vervolging had besloten, verzocht om de aangever als getuige te horen. Er is niet gebleken dat de verdediging de procesduur op enigerlei wijze onnodig heeft vertraagd;
- de zaak is eenvoudig van aard. De inhoud van het dossier werpt vragen op ten aanzien van de ernst en de zwaarte van het feit. Uit het dossier volgt dat er sprake was van het terugvragen aan de aangever van € 20 waarbij op grond van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat aangever door medeverdachte [medeverdachte 2] is geslagen;
- de aangever heeft, als getuige, ter zitting van 23 september 2013 verklaard dat hij het incident is vergeten en dat hij hoopt dat de verdachten niet langer strafrechtelijk vervolgd worden;
- er zijn 27 maanden verstreken sinds de aanhouding van verdachte. Verdachte was ten tijde van de aanhouding 15 jaar en is thans 17 jaar;
- het betreft een zeer eenvoudige zaak waarbij verdachte op heterdaad is aangehouden en heeft bekend;
- er zijn 20 maanden verstreken sinds de aanhouding van verdachte. Verdachte was ten tijde van de aanhouding bijna 16 jaar en is thans 17 jaar;
- verdachte was ten tijde van zijn aanhouding al meerdere malen in aanraking geweest met politie.
,mede gelet op de wijze van afdoening van de 5 medeverdachten, geen andere reactie mogelijk en passend is dan een niet ontvankelijk-verklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging.
3.Waardering van het bewijs
- Een proces-verbaal met nummer 2012024971-1 d.d. 26 januari 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 5] , inhoudende de aangifte door [persoon 6] namens [naam 1] -school,
- De bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting van 23 september 2013 heeft afgelegd zoals neergelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting.
- Een proces-verbaal met nummer 2012267773-1 d.d. 16 oktober 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 7] , inhoudende de aangifte door [persoon 4] ,
- Een proces-verbaal met nummer 2012267773-4 d.d. 16 oktober 2012 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 8] , inhoudende het verhoor van getuige [persoon 9] ,
- De bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting van 23 september 2013 heeft afgelegd zoals neergelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
[vennootschap 1]in de vordering niet-ontvankelijk.
[naam 1] -schoolwordt niet-ontvankelijk verklaard nu niet eenvoudig is vast te stellen wat de precieze schade is als gevolg van het gepleegde feit en een verdere behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zal opleveren.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte] ,daarvoor strafbaar.
een werkstrafvoor de duur van
30 (dertig) urenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten als de verdachte zich voor het einde van de op twee jaren gestelde proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[vennootschap 1]en
[naam 1] -schoolniet-ontvankelijk in hun vordering.