ECLI:NL:RBAMS:2013:8955
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na aanvang uitspraak strafzaak
Verzoeker heeft tijdens de behandeling van zijn strafzaak een wrakingsverzoek ingediend tegen de politierechter, omdat hij meende dat de rechter de schijn van partijdigheid had gewekt door het niet horen van een ontlastende getuige. Het verzoek werd gedaan nadat de rechter was begonnen met het uitspreken van het vonnis.
De rechtbank oordeelde dat een wrakingsverzoek na aanvang van de uitspraak niet meer mogelijk is, omdat op dat moment het proces van oordeelsvorming is afgerond en de rechter zijn beslissing heeft genomen. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad waarin werd bepaald dat een wrakingsverzoek na het wijzen van een einduitspraak niet ontvankelijk is.
De rechtbank verwierp het beroep van verzoeker op een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem, waarin een wrakingsverzoek tijdens de uitspraak nog mogelijk werd geacht. De rechtbank stelde dat de situatie gelijkgesteld moet worden met het wijzen van een einduitspraak, waardoor het verzoek te laat was.
De rechtbank verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk op grond van artikel 515 lid 5 Sv Pro.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat dit te laat, na aanvang van de uitspraak, is ingediend.