Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
het Hof van beroep Antwerpen(België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
arrest van het Hof van Beroep Antwerpen, 15e kamer, d.d. 14 oktober 2013.
4.Genoegzaamheid van het EAB en onschuldverweer
hijiets heeft gedaan of nagelaten en dat het EAB specifiek moet vermelden wat
zijnbetrokkenheid bij de feiten is geweest.
5.Strafbaarheid
valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd en
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.
6. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6, tweede lid, OLW in samenhang met artikel 6, vijfde lid, OLW
7.Schending van het specialiteitsbeginsel
de factoleiden tot een verdere inbreuk op het specialiteitsbeginsel.
in Nederlandhetzij krachtens het volkenrecht immuniteit van
strafvervolging en straftenuitvoerlegginggenieten, zoals buitenlandse staatshoofden en ambassadeurs van andere staten, hetzij krachtens Nederlands staatsrecht zulke immuniteit genieten, zoals de Koning. Gesteld noch gebleken is dat de opgeëiste persoon tot één van beide categorieën van personen behoort.
gevolgenvan overlevering bevestigt dat dit niet het geval is.
8.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 11 OLW Pro
9.Prejudiciële vragen
10.Slotsom
11.Toepasselijke wetsbepalingen
12.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
het Hof van beroep Antwerpen(België) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.