ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8970
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel en specialiteitsbeginsel
De rechtbank Amsterdam heeft op 30 maart 2012 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een Poolse verdachte aan de autoriteiten in Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Regional Court in Poznan. De verdachte wordt verdacht van fraude, een feit dat voorkomt op de lijst van strafbare feiten in bijlage 1 van de Overleveringswet, waardoor het onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft.
Tijdens de zitting op 16 maart 2012 werd de identiteit van de verdachte vastgesteld en werd hij bijgestaan door een raadsman en een Poolse tolk. De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat er geen weigeringsgronden zijn om de overlevering te weigeren.
De raadsman verzocht om opname van het algemene specialiteitsbeding in het dictum, om te waarborgen dat de verdachte na overlevering niet vervolgd wordt voor andere feiten dan die waarvoor hij is overgeleverd. De rechtbank wees dit verzoek af, omdat het specialiteitsbeginsel reeds is verankerd in het Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel en Polen hieraan gebonden is.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan voor het ondergaan van de opgelegde vrijheidsstraf van tien maanden in Polen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor het ondergaan van een vrijheidsstraf van tien maanden.