Eiseres, eigenaar van een klassiek schip en huurder van een bedrijfsruimte aan een perceel grenzend aan de ligplaats van de derde-partij, stelde beroep in tegen een besluit van het stadsdeel Centrum van Amsterdam. Dit besluit verleende de derde-partij een tijdelijke ontheffing voor het innemen van een ligplaats met een dekschuit en hijsbokje voor zes jaar.
De rechtbank oordeelde dat eiseres belanghebbende is omdat zij een ligplaatsvergunning wil verkrijgen en de ligplaats alleen via haar bedrijfsruimte over land bereikbaar is. De rechtbank stelde vast dat het bestuursorgaan onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de ontheffing voor zes jaar is verleend, terwijl de beleidsnota (Uitvoeringsnota) geen grondslag biedt voor een dergelijke lange termijn voor objecten zoals de dekschuit.
Daarnaast is onvoldoende duidelijk hoe de belangen van eiseres zijn meegewogen, terwijl zij belanghebbende is en niet vooraf is gehoord. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en gaf het bestuursorgaan zes weken om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het betaalde griffierecht werd aan eiseres vergoed, maar proceskosten werden niet toegekend.