Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[curator 1]
[curator 2]
1.De procedure
- de incidentele conclusie ex artikel 843a Rv zijdens Glencore;
- het tegen NB/ZSP en UTB verleende verstek;
- de conclusie van antwoord in het incident zijdens de curatoren;
- het betekeningsexploot van 11 januari 2013 van de zijde van Glencore waarbij de incidentele conclusie ex artikel 843a Rv is betekend aan NB/ZSP en UTB;
- de incidentele conclusie van antwoord met producties zijdens NB/ZSP;
- de incidentele conclusie van antwoord zijdens UTB;
- de conclusie van repliek tevens vermeerdering van eis met producties van de zijde van Glencore;
- de rolbeslissing van 2 juli 2014;
2.De feiten
zijn positie als separatist verliest, ook als de curator de goederen (nog) niet heeft opgeëist. Ook de advocaat-generaal bij de Hoge Raad is dat standpunt toegedaan, zo volgt uit zijn onder 2.7 aangehaalde conclusie. Glencore kan daarom niet worden gevolgd in haar betoog dat zij als pandhouder belang heeft bij afgifte van het Aluminium. Als al geoordeeld zou worden dat zij pandhouder is, kan zij haar voorrecht immers alleen nog uitoefenen op de opbrengst van het Aluminium (en pas nadat zij heeft meegedeeld in de omslag van de faillissementskosten). Het recht van parate executie heeft zij niet meer.”