De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van voorbereiding van diefstal met geweld en diefstal in vereniging gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, bezit van een vuurwapen en munitie, en het bezit en gebruik van valse documenten.
Na onderzoek en beoordeling van het bewijs, waaronder telefoontaps en verklaringen, oordeelde de rechtbank dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte opzet had op het plegen van een diefstal met geweld of dat de diefstal tijdens de voor de nachtrust bestemde tijd zou plaatsvinden. Ook was niet bewezen dat verdachte wist van het vuurwapen in het voertuig.
Verdachte bekende wel het bezit en gebruik van een vals Kroatisch paspoort en een vals rijbewijs. De rechtbank achtte deze feiten bewezen en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van voorarrest. De valse documenten werden onttrokken aan het verkeer, terwijl een in beslag genomen telefoon werd teruggegeven.
De rechtbank motiveerde de straf mede vanwege het ondermijnen van het vertrouwen in officiële documenten en de eerdere strafrechtelijke geschiedenis van verdachte. De overige ten laste gelegde feiten werden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.