Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De vordering
3.Grondslag van de vordering
ten aanzien van feit 1:
4.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
sterke gelijkenis vertonenmet de aangekochte goederen. In ieder geval dient de ontnemingsvordering niet hoofdelijk te worden toegewezen, maar dient deze pondspondsgewijs te worden verdeeld, met dien verstande dat het deel dat de officier van justitie pondspondsgewijs wil verdelen niet ook nog aan veroordeelde dient te worden toegerekend.
€ 26.047,34.
5.De verplichting tot betaling
€ 23.442,60.
6.Toepasselijke wettelijke voorschriften
7.Beslissing
€ 26.047,34.
€ 26.047,34(zessentwintigduizendzevenenveertig euro en vierendertig cent) aan de Staat.