Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Slotsom
4.Beslissing
7 april 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 7 april 2015 uitspraak gedaan over een cassatieberoep betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door deelname aan een criminele organisatie. Het hof had het voordeel geschat op basis van de totale opbrengst van zes inbraken gepleegd door de organisatie, zonder voldoende motivering welk deel aan de betrokkene toerekenbaar was.
De Hoge Raad herhaalt eerdere jurisprudentie dat ontneming ook kan plaatsvinden als niet bewezen is dat de betrokkene aan elk strafbaar feit heeft deelgenomen, mits hij deelt in het voordeel van de organisatie. Echter, het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het gehele voordeel aan de betrokkene is toegerekend zonder duidelijke aanwijzingen over de verdeling.
Verder verduidelijkt de Hoge Raad de toepassing van art. 36e, zevende lid, Sr over hoofdelijke aansprakelijkheid. Deze maatregel is reparatoir en hoofdelijke aansprakelijkheid geldt alleen als sprake is van een gemeenschappelijk voordeel waarover mededaders beschikken. In de meeste gevallen is pondspondsgewijze toerekening passender. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling van ontnemingsvordering en hoofdelijke aansprakelijkheid.