Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 februari 2015 in de zaak tussen
[eiser], te Amstelveen, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2015.
Rechtbank Amsterdam
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen om hem ontheffing te verlenen van de participatieverplichting zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Wet werk en bijstand (Wwb).
Eiser verricht reeds vrijwilligerswerk en stelt dat het opleggen van verplichte onbeloonde werkzaamheden in strijd is met het verbod op dwangarbeid in artikel 4 EVRM Pro en het ILO-verdrag nr. 29. Verweerder heeft echter nog geen concrete tegenprestatie opgelegd en is niet voornemens dit te doen zolang eiser zijn huidige werkzaamheden voortzet.
De rechtbank oordeelt dat zonder een concrete invulling van de participatieverplichting geen toetsing aan de verdragsbepalingen aan de orde is. Ook het beroep op onvoldoende motivering faalt, omdat het bestuursorgaan geen aanleiding had om de regeling aan het EVRM te toetsen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser heeft procesbelang. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat geen concrete tegenprestatie is opgelegd en toetsing aan het EVRM niet aan de orde is.