ECLI:NL:RBAMS:2016:3550
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen dagvaarding afgewezen wegens onvoldoende gronden voor niet-ontvankelijkheid
Verdachte heeft bezwaar gemaakt tegen de dagvaarding, stellende dat de officier van justitie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard vanwege overschrijding van de redelijke termijn, onvolledig onderzoek in de Verenigde Staten, onrechtmatige kennisneming van geheimhouderstukken en schending van het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank stelt dat het onderzoek naar het bezwaarschrift summier is en dat nieuwe bezwaren niet in behandeling worden genomen. De overschrijding van de redelijke termijn leidt niet tot niet-ontvankelijkheid, maar kan hooguit strafvermindering rechtvaardigen. Het niet volledig uitvoeren van rechtshulpverzoeken in de VS is niet onbegrijpelijk en kan alsnog worden aangevuld.
De onrechtmatige kennisneming van geheimhouderstukken is vastgesteld, maar er is geen bewijs dat dit de bewijsvoering heeft beïnvloed. Het OM mag besluiten slechts verdachte te vervolgen, ook als anderen betrokken zijn, zonder schending van het gelijkheidsbeginsel.
Daarom is het bezwaarschrift ongegrond verklaard en blijft de dagvaarding gehandhaafd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de dagvaarding is ongegrond verklaard en de vervolging wordt voortgezet.