Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 augustus 2016 in de zaak tussen
[de man] te Amsterdam, eiser
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, een voormalig werknemer met een WAO-uitkering, kreeg bij besluit van 31 augustus 2015 een voorschot op zijn WAO-uitkering vastgesteld, dat per 1 november 2015 werd verlaagd. Na bezwaar stelde verweerder het voorschotbedrag op € 2.043,59 bruto per maand vast. Eiser stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
De rechtbank overweegt dat het primaire besluit een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, ondanks bezwaren over motivering en inzichtelijkheid. De kern van het geschil betreft de toepassing van de periodeloonvergelijking bij de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage en het niet van toepassing zijn van het overgangsrecht op eiser.
De rechtbank oordeelt dat de verlaging van het voorschot het gevolg is van het herstel van een eerdere fout waarbij inkomsten uit arbeid niet waren gekort op de WAO-uitkering. De overgangsbepaling van het Schattingsbesluit is niet van toepassing omdat eiser niet door de wijziging in de loonvergelijkingsmethode in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse terechtkomt.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen, omdat bestuursfouten in het verleden geen rechtens te honoreren vertrouwen scheppen. Het bestreden besluit is voldoende gemotiveerd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van het WAO-voorschot wordt ongegrond verklaard.