Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 2 maart 2016,
- het proces-verbaal van comparitie van 30 mei 2016.
Rechtbank Amsterdam
De eiser werd veroordeeld tot een taakstraf die vanwege zijn gezondheid meerdere malen werd uitgesteld. Na vertrek naar Thailand in 2011 werd hij door het CJIB als voortvluchtig geregistreerd, waarna de SVB zijn AOW-uitkering stopzette. Later werd dit besluit herroepen en erkende SVB de onrechtmatigheid.
Eiser vorderde schadevergoeding voor onterechte vrijheidsontneming, immateriële schade en kosten. Hij stelde dat de stopzetting leidde tot erbarmelijke omstandigheden in Thailand, waaronder een watersnoodramp, en psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat het besluit onrechtmatig was omdat SVB onvoldoende onderzoek deed naar de feitelijke situatie. Echter, de gevorderde materiële schadevergoeding werd afgewezen omdat het verblijf in Thailand niet vergelijkbaar was met vrijheidsberoving. Ook het causaal verband tussen het onrechtmatige besluit en de immateriële schade werd niet aannemelijk geacht.
De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van voldoende causaal verband.