ECLI:NL:RBAMS:2016:5648
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen opvolgend werkgeverschap en geen transitievergoeding bij beëindiging arbeidsovereenkomst
Verzoekster was sinds 2011 werkzaam via verschillende arbeidsovereenkomsten bij gelieerde uitzendbureaus en Paydeta, waarbij zij administratieve werkzaamheden verrichtte. Na beëindiging van haar laatste arbeidsovereenkomst met Paydeta vorderde zij een transitievergoeding, stellende dat sprake was van opvolgend werkgeverschap en dat de arbeidsovereenkomsten bij elkaar moesten worden geteld.
De kantonrechter beoordeelde of Paydeta als opvolgend werkgever kon worden aangemerkt. Hoewel Paydeta opvolger was van het uitzendbureau waarmee zij direct werkte, werd vastgesteld dat de aard en locatie van de werkzaamheden wezenlijk verschilden tussen de periodes bij de verschillende werkgevers.
Hierdoor kon niet worden geconcludeerd dat sprake was van opvolgend werkgeverschap in de zin van artikel 7:673 lid 4 sub b BW Pro. De arbeidsovereenkomst met Paydeta duurde minder dan 24 maanden, zodat geen transitievergoeding verschuldigd was.
De vorderingen van verzoekster werden daarom afgewezen en Paydeta werd niet veroordeeld tot betaling van enige vergoeding.
Uitkomst: Paydeta is niet de opvolgend werkgever en is daarom geen transitievergoeding verschuldigd.