De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor een reeks bedrijfsinbraken gepleegd tussen september 2015 en maart 2016 in Amsterdam, Aalsmeer, Maasdijk en Wateringen. Verdachte en mededaders verschaften zich toegang tot bedrijfspanden door middel van braak, verbreking, inklimming en valse sleutels en namen geldbedragen, VVV-bonnen, bankpassen en andere goederen weg.
De bewijsvoering berustte voornamelijk op camerabeelden en herkenningen door verbalisanten. De rechtbank beoordeelde de kwaliteit van de beelden en de betrouwbaarheid van de herkenningen kritisch, waarbij gezichtsherkenning als meest betrouwbaar werd beschouwd. Diverse herkenningen van verdachte werden bevestigd door verbalisanten die hem recentelijk in levenden lijve hadden gezien.
Verdachte werd vrijgesproken van enkele feiten wegens gebrek aan bewijs, onder meer omdat beelden niet beschikbaar of onvoldoende waren. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 26 maanden op, mede vanwege de recidive en de ernst van de feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering wegens onvoldoende onderbouwing. Het verzoek tot opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd afgewezen.