ECLI:NL:RBAMS:2016:7825
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstand voor bedrijfskapitaal wegens niet-levensvatbaar bedrijf en terugvordering voorschotten
Eisers, exploitanten van een café en voormalige WW-uitkeringsgerechtigden, vroegen bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) voor bedrijfskapitaal en levensonderhoud. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, wees de aanvraag af omdat het café volgens een deskundigenadvies van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) niet levensvatbaar was. Eisers ontvingen al voorschotten, die vervolgens werden teruggevorderd.
Eisers voerden aan dat de definitie van 'levensvatbaar bedrijf' door verweerder onjuist werd toegepast en dat het IMK-advies onvoldoende gemotiveerd was, mede omdat de werkelijke omzet hoger zou zijn dan de prognoses. De rechtbank oordeelde dat de uitleg van verweerder conform de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep was en dat het IMK-advies zorgvuldig en gemotiveerd was. De hogere omzet na het besluit kon niet worden meegewogen.
Verder verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de terugvordering van voorschotten, omdat eisers daartegen geen bezwaar hadden gemaakt. De rechtbank handhaafde de afwijzing van de aanvraag en de terugvordering van de voorschotten en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard voor de afwijzing van de aanvraag en niet-ontvankelijk voor de terugvordering van voorschotten; de besluiten blijven in stand.