Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Beoordeling van het verzoek
contra legem. Ook het hof Amsterdam is die opvatting toegedaan. Het hof heeft immers overwogen dat een “technisch-juridische oplossing” van het door de rechtbank gesignaleerde probleem niet mogelijk is (Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1838).
contra legem, omdat deze uitleg gebaseerd is op Europese rechtspraak. Volgens het hof Amsterdam prevaleert de Europese rechtsorde boven de Nederlandse rechtsorde.
Kamerstukken II2002/03, 29042, 3, p. 22). Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat deze lezing van het Kaderbesluit EAB onjuist is.
Aranyosi en Câldâraru, punt 98). Een dergelijk uitstel levert een “uitzonderlijke omstandigheid” op in de zin van artikel 17, zevende lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ waaronder de uitvoerende lidstaat de beslistermijn van negentig dagen niet kan naleven (
Aranyosi en Câldâraru, punt 99).
contra legemis geen sprake. Deze uitleg laat immers de in artikel 22, vierde lid, OLW neergelegde verplichting tot schorsing van de overleveringsdetentie onverlet en geen van de bepalingen van de Overleveringswet verzet zich uitdrukkelijk tegen de uitleg dat de beslistermijnen niet lopen vanaf het moment van uitstel van de beslissing over de overlevering en zolang dit uitstel duurt.