De rechtbank Amsterdam heeft op 8 maart 2017 een 60-jarige belastingadviseur veroordeeld voor het opzettelijk indienen van onjuiste aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2010 tot en met 2013 namens zijn klanten. Daarnaast werd hij schuldig bevonden aan het opzettelijk ter beschikking stellen van valse facturen aan de Belastingdienst, met als doel minder belasting te betalen.
Het onderzoek toonde aan dat verdachte persoonsgebonden aftrekposten opvoerde zonder bewijs en valse facturen gebruikte van een stichting die haar activiteiten had gestaakt. Ondanks ontkenningen van de stichting en onregelmatigheden in de facturen, stelde verdachte deze toch beschikbaar. De rechtbank oordeelde dat verdachte willens en wetens de kans aanvaardde dat de aangiften onjuist waren en dat hij met zijn handelen grote financiële belangen benadeelde.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte op grote schaal belastingfraude pleegde en dat het benadelingsbedrag minstens €828.842 bedroeg. Gezien de ernst, de duur van de feiten en het grote aantal betrokken klanten, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 15 maanden op, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Tevens werd een beroepsverbod van drie jaar opgelegd om herhaling te voorkomen.
De rechtbank wees de verdediging af die geen gevangenisstraf wilde en benadrukte dat verdachte als ervaren belastingadviseur kennis had van de regels en deze bewust overtrad. De straf weerspiegelt de ernst van de feiten en het vertrouwen dat klanten in verdachte stelden.