ECLI:NL:RBAMS:2017:1835
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot uitstel van voorwaardelijke invrijheidstelling wegens onvoldoende ernstige bezwaren
De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 maart 2017 de vordering van de officier van justitie tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) van veroordeelde, die een gevangenisstraf van elf jaar uitzit. De vordering was gebaseerd op een incident op 15 december 2016 in de penitentiaire inrichting waarbij veroordeelde samen met anderen betrokken zou zijn geweest bij mishandeling van een medegedetineerde.
Ter terechtzitting ontkende veroordeelde betrokkenheid bij het misdrijf en verklaarde hij slechts te hebben geprobeerd een vechtpartij te stoppen. De getuige-deskundige lichtte toe dat het dossier een formulier melding bijzonder voorval bevatte, maar dat essentiële verklaringen van personeel ontbraken. De officier van justitie handhaafde de vordering tot uitstel, terwijl de verdediging betoogde dat onvoldoende bewijs bestond voor ernstige bezwaren.
De rechtbank oordeelde dat een gewone verdenking onvoldoende is voor uitstel van de v.i. en dat op basis van het dossier niet waarschijnlijk is dat veroordeelde het misdrijf heeft begaan. Daarom wees zij de vordering tot uitstel af en besloot veroordeelde op de geplande datum in aanmerking te komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling af wegens onvoldoende ernstige bezwaren.