Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 april 2017 in de zaak tussen
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres vroeg op 9 december 2013 een omgevingsvergunning aan voor het vestigen van een hotel/club in strijd met het bestemmingsplan in Amsterdam, met een geschatte bouwsom van €3.200.000,-. De aanvraag werd op 28 januari 2014 ingetrokken, na zeven weken. Verweerder legde een legesaanslag van €45.000,- op, gebaseerd op 4,5% van de bouwkosten met een maximum van €45.000,- volgens de Legesverordening.
Eiseres stelde dat verweerder rekening had moeten houden met de bijzondere voorgeschiedenis, waaronder de medewerking van het gemeentebestuur en het agressieve buurtverzet, en dat een lagere legesaanslag passend was. Ook stelde zij dat de leges meer in lijn hadden moeten zijn met tarieven voor bestemmingsplanwijzigingen en dat de restitutieregeling bij intrekking soepeler toegepast had moeten worden. Tevens voerde zij aan dat verweerder haar beroep op de hardheidsclausule had moeten behandelen en doorsturen.
De rechtbank oordeelde dat de Legesverordening een strikt gebonden bestuursbesluit betreft, waarbij geen ruimte is voor belangenafweging of afwijking van de vastgestelde tarieven. De omstandigheden van eiseres konden daarom niet worden meegewogen. Ook kon de rechtbank niet zelf de hardheidsclausule toepassen, maar stuurde het beroep over dit punt door naar het bevoegde college van burgemeester en wethouders. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag van €45.000,- wordt ongegrond verklaard.