Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juni 2017 in de zaken tussen
[de man] te Amsterdam,
[de persoon 2], te Breda,
Rechtbank Amsterdam
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Veiligheid en Justitie inzake gedeeltelijke toewijzing van Wob-verzoeken. Verweerder stelde dat sprake was van misbruik van recht, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 28 september 2016.
De rechtbank voerde een inhoudelijke toets uit en constateerde dat de feiten en verzoeken nagenoeg gelijk waren aan die in de eerdere zaak. Eisers hadden een civiele procedure aanhangig gemaakt, maar onrechtmatigheid was daarmee niet aangetoond. De rechtbank volgde de Afdeling en oordeelde dat de beroepen misbruik van recht inhielden en daarom niet-ontvankelijk waren.
Daarnaast wees de rechtbank op het feit dat de gevraagde informatie ook via de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften kon worden verstrekt, en dat de eerdere uitspraak van de Afdeling ook op deze aspecten was gebaseerd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van Wob-verzoeken.