ECLI:NL:RVS:2016:2576
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik Wob-bevoegdheid bij verzoek openbaarmaking informatie
Bij besluit van 19 december 2014 heeft de minister een verzoek om openbaarmaking van informatie gedeeltelijk toegewezen. Appellant stelde daartegen bezwaar en beroep in, waarbij de rechtbank Oost-Brabant het beroep deels gegrond verklaarde en het besluit van 11 augustus 2015 vernietigde. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, appellant incidenteel hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat appellant en diens gemachtigde misbruik hebben gemaakt van de bevoegdheid om een Wob-verzoek in te dienen en daarop beroep in te stellen. Dit misbruik bestond uit het indienen van een vaag en ongeschikt Wob-verzoek met het doel rechtsmiddelen tegen een verkeersboete te motiveren, terwijl daarvoor specifieke wettelijke regelingen bestaan. Hierdoor werd de besluitvorming onnodig bemoeilijkt.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van appellant wordt alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Het incidenteel hoger beroep van appellant wordt eveneens niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van bevoegdheid. Vergoeding van proceskosten wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van bevoegdheid, en het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard.