Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De aanvullende feiten
3.Het geschil
4.De verdere beoordeling
Voor het geval een echtgenoot na een echtscheiding aanspraak maakt op alimentatie (…)”.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil tussen ex-echtgenoten over de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden en nevenvoorzieningen na hun echtscheiding. De echtscheiding was uitgesproken op 4 mei 2016, waarna diverse verzoeken en verweren werden ingediend omtrent alimentatie, verdeling van de woning, pensioen en kosten van de huishouding.
De rechtbank verklaarde artikel 13 van Pro de huwelijkse voorwaarden, dat een alimentatiebeding bevatte, nietig wegens strijd met de wet. De vrouw kreeg het recht toegewezen om de echtelijke woning gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking te blijven bewonen. De woning moet worden verkocht en de overwaarde, na aflossing van de hypotheek en verkoopkosten, gelijk verdeeld worden.
De rechtbank wees verzoeken af die onvoldoende waren onderbouwd, zoals de alimentatievordering van de vrouw en verrekening van pensioen wegens gebrek aan liquiditeiten. Ook werd het beroep op dwaling met betrekking tot het verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden verworpen. De rechtbank bevestigde dat Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksgoederenregime. Tot slot werd bepaald dat partijen elk hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Artikel 13 van de huwelijkse voorwaarden is nietig verklaard, de woning wordt verkocht en de overwaarde gelijk verdeeld, de vrouw mag de woning zes maanden blijven bewonen.