Hoist Kredit AB kocht van Vodafone vorderingen op klanten met telefoonabonnementen inclusief toestel, waarbij de waarde van deze vorderingen mogelijk lager bleek dan verwacht door jurisprudentie van de Hoge Raad over consumentenkrediet en koop op afbetaling. Hoist stelde dat Vodafone tekortgeschoten was in haar leverings- en garantieverplichtingen omdat de vorderingen juridisch nietig zouden zijn, en vorderde ontbinding, terugbetaling en schadevergoeding.
Vodafone betwistte dit en stelde dat de risico's van de waardevermindering binnen de risicosfeer van Hoist vielen. De rechtbank oordeelde dat de oordelen van de Hoge Raad niet leidden tot nietigheid van de vorderingen zonder rechterlijke toetsing per vordering en dat Vodafone geen toerekenbare tekortkoming had begaan. Ook het beroep op een contractuele loyaliteitsverplichting en mededelingsplicht faalde, omdat Vodafone mocht aannemen dat Hoist bekend was met de prejudiciële vragen en jurisprudentie.
Het beroep op dwaling werd eveneens verworpen omdat Vodafone aannemelijk had gemaakt dat de informatie openbaar was en Hoist als professionele partij daarvan op de hoogte kon zijn. De vorderingen van Hoist werden daarom integraal afgewezen en Hoist werd veroordeeld in de proceskosten.