Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De formele voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Ook in zaak 2 is bedoelde termijn van anderhalf uur overschreden, zodat ook hier sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. Deze gebreken hoeven niet tot enig rechtsgevolg te leiden nu deze waarborgen enerzijds geen deel uitmaken van het stelsel van ‘strikte waarborgen’ en anderzijds door verdachte geen noemenswaardig nadeel is geleden zodat het bewijs ook niet op grond van artikel 359a Wetboek van Strafvordering (Sv) dient te worden uitgesloten. Derhalve kan worden volstaan met de enkele constatering dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim, dat niet in de weg staat aan een bewezenverklaring van het tenlastegelegde.
directop het ademonderzoek volgt, in staat is zijn verdediging tegen het resultaat van het ademonderzoek voor te bereiden. Dat kan met het oog op de betrouwbaarheid van de gemeten resultaten op geen ander moment dan direct na het uitvoeren van het ademonderzoek.
binnen zeven dagendeel uitmaakt van het stelsel van strikte waarborgen in het midden kan blijven. Voorstelbaar is dat bijvoorbeeld het in het geheel niet verzenden van bedoelde mededeling, en het daarmee onmogelijk maken van het recht op tegenonderzoek, wel degelijk bewijsuitsluiting zal opleveren. In de onderhavige zaak is dat echter niet aan de orde nu het recht op tegenonderzoek mogelijk is gebleven, en in zoverre de juistheid van het resultaat van het onderzoek toetsbaar is gebleven, zij het dat de mededeling zeven dagen later is verzonden dan het Besluit voorschrijft. In zoverre hoeft op grond van schending van een verplichting die voortvloeit uit het stelsel van strikte waarborgen, geen bewijsuitsluiting te volgen.
indien die vordering niet is gedaanbinnen anderhalf uur na het eerste contact dat aanleiding geeft om verdachte te vragen zijn medewerking te verlenen aan bloedonderzoek.
niethet recht opgenomen om een tweede bloedafname te doen. Die tweede bloedafname zou immers per definitie minder drugs in het bloed kunnen aantonen, alleen al doordat deze later plaatsvindt. In de Nota van Toelichting is expliciet verwoord dat “na die termijn (van anderhalf uur) geen bloed meer van (verdachte) mag worden afgenomen en gaat hij vrijuit, tenzij sprake is van een bijzondere omstandigheid.”