Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
24 november 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde rijden onder invloed op grond van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof oordeelde dat geen sprake was van een geldig ademonderzoek omdat de verdachte vaker had geblazen dan volgens het Besluit alcoholonderzoeken was toegestaan.
De Hoge Raad stelt dat het hof de term "onderzoek" in de tenlastelegging onjuist heeft uitgelegd. Het voorgeschreven aantal blaasbeurten dient niet als een strikte waarborg voor de juistheid van het resultaat, maar het onderzoek kan eenmaal worden herhaald met toepassing van artikel 8 van Pro het Besluit alcoholonderzoeken, waarbij de verdachte zo nodig viermaal mag blazen.
Omdat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door de verdachte vrij te spreken op een verkeerde uitleg, vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. De uitspraak werd gedaan op 24 november 2015 door de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.