Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 december 2016, met producties;
- de conclusie van antwoord van 15 maart 2017, met producties;
- het tussenvonnis van 3 mei 2017, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- het proces-verbaal van comparitie van 27 november 2017 met de daarin genoemde stukken;
- de (fax)brief van mr. Rozeman (advocaat van ABN AMRO) van 30 november 2017 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal;
- de (fax)brief van mr. Wagenaar van 5 december 2012 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
27 juni 2018schriftelijk uit te laten over het voornemen de hiervoor onder 4.17 vermelde prejudiciële vragen te stellen, alsmede over de inhoud daarvan,