Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2018 in de zaak tussen
de besloten vennootschap Fastned B.V.te Amsterdam, eiseressen,
(hierna gezamenlijk: Fastned),
(gemachtigde: mr. L.P.W. Mensink),
(hierna: de minister),
(gemachtigde: mr. A.J. van der Ven),
(hierna: Kok),
(gemachtigde: K. Kok).
Procesverloop
Overwegingen
niet-ontvankelijk verklaard.
20 december 2011 en de toelichting daarop, bevestigt. Het betoog van Fastned dat met dit mailbericht de verdelingscriteria voor Wbr-vergunningen zouden zijn gewijzigd, slaagt daarom niet.
kennelijkniet valt onder doelmatig en veilig gebruik van de verzorgingsplaats.
doordataan dat bedrijf, in een situatie die (b) wat betreft de geldende wettelijke voorschriften en de feiten voldoende vergelijkbaar is, (c) verplichtingen zijn opgelegd waaraan zijn concurrent
als gevolg vande (gestelde) schending van de betrokken norm niet hoeft te voldoen.
als gevolg waarvanFastned wordt benadeeld.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- verklaart het bezwaar van Fastned tegen het primaire besluit ongegrond en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 333,- aan Fastned te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van Fastned tot een bedrag van € 1.503,-.
.