Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
816,00
Rechtbank Amsterdam
De exploitant van een seksclub in Amsterdam heeft een huurachterstand opgebouwd na sluiting van de club door de burgemeester wegens overtreding van de Opiumwet. De verhuurder vordert ontruiming van het gehuurde en betaling van de achterstallige huur.
De exploitant voert aan dat de achterstand het gevolg is van de sluiting en verwacht spoedig heropening na goedkeuring van een nieuw bedrijfsplan. Tevens stelt zij een investeerder te hebben die de achterstand kan aflossen, maar kan dit niet met bewijs onderbouwen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de huurachterstand van meer dan drie maanden ontruiming rechtvaardigt, maar geeft de exploitant een laatste kans om uiterlijk 1 maart 2018 de achterstand te betalen. Bij niet-betaling volgt ontruiming. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. De exploitant wordt hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De exploitant van de seksclub moet uiterlijk 1 maart 2018 de huurachterstand betalen, anders volgt ontruiming van het gehuurde.