Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlasteleggingen
3.Waardering van het bewijs in 13Geep
feit 1) en het medeplegen van de poging tot moord van de inzittenden in de tram, waaronder [naam 2] en [naam 1] (
feit 2), worden bewezen. Het alternatieve scenario dat door de verdediging is aangevoerd is op geen enkele manier onderbouwd en biedt geen uitleg voor de vele belastende onderzoeksresultaten. Het medeplegen van het voorhanden hebben van een pistool en een automatisch wapen en bijbehorende munitie (
feit 3) kan op grond van het voorgaande eveneens worden bewezen. Tot slot kan grond van de verklaringen van [naam 3] en [naam 4] het medeplegen van bedreiging (
feit 4) worden bewezen.
feiten 1 en 2). De stelling van het Openbaar Ministerie dat het de bedoeling was iemand te liquideren is onvoldoende onderbouwd, zeker voor zover is gesteld dat het beoogde doelwit [naam doelwit] was. [verdachte] had een wapen om hiermee te dreigen en om zichzelf in het uiterste geval te beschermen. In de shishalounge werd hij door een kogel geraakt. Daarna is hij naar buiten gelopen. [verdachte] heeft van meet af aan ontkend dat hij een aanvalsgeweer heeft gebruikt. Niet hij, maar zijn handlanger hanteerde een aanvalsgeweer en is verantwoordelijk voor het vuurwapengeweld op straat. Dit wordt niet door de bewijsmiddelen weerlegd. Uit een van de 112-meldingen volgt dat de man met het grote wapen een helm droeg en dat onder die helm rastahaar vandaan kwam. Uit de verklaringen van [naam 9] , [naam 6] en van [naam 10] volgt dat de man met het grote wapen een ongewoon lange man was en duidelijk langer was dan de man op de scooter. Dit komt overeen met de verklaring van [verdachte] dat hij de scooter bestuurde, dat zijn handlanger rastahaar had en een stuk langer was dan hij. De verklaringen van [naam 3] zijn onbetrouwbaar. Hij verklaarde zeker te weten dat de man met het aanvalsgeweer van buiten werd beschoten. Die verklaring is door het onderzoek naar de schotbanen weerlegd. Daaruit is immers gebleken dat het schot uit de richting van de gokkasten moet zijn gekomen waar [naam 3] stond.
feit 3), want hij heeft hiermee niet geschoten. Daarom moet hij van dit feit worden vrijgesproken.
feit 4). De raadsman refereert zich wat dit feit betreft aan het oordeel van de rechtbank.
- opzet op de dood;
- voorbedachte raad;
- medeplegen.
NJ2017/581). Hierin is het volgende overwogen:
Naar het oordeel van het hof kan uit deze feitelijke omstandigheden worden afgeleid dat in het kader van de voorbereiding van de actie niet alleen is nagedacht over het ontvoeren van de persoon die het doel was van de actie, maar dat ook rekening is gehouden met het gebruik van vuurwapens en dat derhalve sprake is geweest van gelegenheid om na te denken over de betekenis en de gevolgen van het gebruik van vuurwapens en zich daarvan rekenschap te geven. Dat levensberoving niet in eerste instantie het doel van de actie zou zijn geweest staat, anders dan de kennelijke opvatting van de verdediging, naar het oordeel van het hof niet in de weg aan het aannemen van voorbedachte raad, nu immers de groep bewapend voor de woonwagen is gaan staan en er derhalve vanuit gegaan kan worden dat rekening is gehouden met het gebruik van die vuurwapens.
4.Waardering van het bewijs in 13Baudette
feit 1) kan worden bewezen op grond van de volgende omstandigheden. In het onderzoek 13Baudette zijn in de periode van 20 april 2017 tot en met 1 juni 2017 een groot aantal OVC-gesprekken opgenomen in een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] , de auto van [medeverdachte 1] . De start van de voorbereidingshandelingen heeft zich echter daarvoor, kennelijk buiten het zicht van de politie, afgespeeld. De relevante gesprekken zijn – voor zover die in de Surinaamse taal, het Sranan, zijn gevoerd – door vier verschillende tolken uitgewerkt. In de OVC-gesprekken is te horen dat [verdachte] , [medeverdachte 2] en [naam 11] spraken over ‘timeren’ en de ‘Caddy’. Zij spraken daarbij over een gezamenlijk doel. In een gesprek met [medeverdachte 2] en [naam 11] sprak [verdachte] over ‘de schutters’ (sessienummer 56). Alle onderzoeksresultaten tezamen wijzen op een gezamenlijk doel van [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] : het voorbereiden van een liquidatie. Uit de OVC-gesprekken blijkt vervolgens dat elke verdachte met hetzelfde criminele doel handelde. Het beoogde doelwit was [benadeelde partij ] (hierna: [benadeelde partij ] ). Hij is in 2012 al eens beschoten en heeft verklaard dat hij op de straat heeft gehoord dat hij op de lijst van [naam 12] staat, een grote speler in de Amsterdamse onderwereldvete.
feit 2). Ook kan worden bewezen dat hij drie gestolen voertuigen (twee BMW’s en een Volkswagen Caddy) had verworven of voorhanden gehad (
feit 3). Het verwisselen van de originele voor vervalste kentekenplaten kan niet anders worden uitgelegd dan dat de herkomst van de auto’s verhuld moest worden. [verdachte] wist dus dat het gestolen voertuigen betrof.
Je moet verder nadenken toch. Stel ze hebben kenteken gezien van verdachte. Oke ze hebben geen gezichten gezien maar gewoon snap je. Maar ze gaan kijken ntv oh dus ik moet tanken ooh. Deze twee lijken op die schutter. Ze hebben geen camera’s hier”.
:de Volkswagen Caddy). Om 20.02 uur voerden [verdachte] , [medeverdachte 2] en [naam 11] rijdend in de Polo naar de Volkswagen Caddy toe het volgende gesprek:
Moet ik terug komen?
Ik ga je melden als het koud is toch. Als het niet koud is ga ik gewoon zitten.
(scheldt uit)
Hij zet het ergens of hij heeft een andere auto
Nee dan weet ik het direct
29 mei 2017tussen 23.31.11 uur en 23.31.13 uur twee personen, een negroïde en een blanke man, vanuit de steeg de [adres 1] inliepen. De blanke man werd herkend als [medeverdachte 3] . Om 23.34 uur stapten [medeverdachte 3] en [verdachte] in de BMW en verplaatsten deze naar de Jan Campertstraat. Om 23.42 uur bevonden [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] zich in de Polo die in de Herman Gorterweg geparkeerd stond. [verdachte] en [medeverdachte 1] brachten [medeverdachte 3] terug naar de Borneolaan.
Ik ga naar die tunnel toch, kan niet alles in de auto bespreken toch. Ik ga hem halen en praten”. Hierna stapte [verdachte] uit en sprak met [medeverdachte 3] buiten de auto.
We gaan in Almere buiten zitten, daar is een café toch en die tijd doorbrengen totdat het een beetje donker is”. [medeverdachte 3] en [verdachte] reden in de Polo naar het tankstation op de Dukdalfweg. Daar zei [medeverdachte 3] tegen [verdachte] : “
Hier pak handschoentje, ik ga je nog eentje geven wacht, hiero…nog eentje, dan is hier de flesje”. Na het tanken reden [verdachte] en [medeverdachte 3] terug naar de Augustusstraat. Bij het parkeren gaf [medeverdachte 3] aan dat [verdachte] het tasje moest meenemen.
31 mei 2017,kwam een persoon met de fiets via de J.J. Slauerhoffstraat door een steeg naar de woning op het adres [adres 1] [huisnummer] en is daar naar binnen gegaan. Enkele seconden later maakte de gestolen BMW een rondje door onder andere de [adres 1] en werd in die straat geparkeerd. Om 02.31 uur werd de gestolen BMW in de Meistraat, nabij de woning van [verdachte] en [medeverdachte 1] , geparkeerd.
Ma pang pang, hij staat in de rij”. Rond 21.20 uur reden zij naar de Borneolaan in Amsterdam en haalden [medeverdachte 3] daar weer op. [verdachte] belde [medeverdachte 2] en het volgende gesprek vond plaats:
ECLI:NL:HR:2007:AZ0213 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ0213)en HR 9 juni 2015,
ECLI:NL:HR:2015:1503 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:1503)).
Ma pang pang, hij staat in de rij”. Diezelfde avond belde [verdachte] [medeverdachte 2] op en vroeg hem: “
Ga voor me kijken noh, kijk even dan, ja toch. Je weet toen we met die kleine man ver gingen lopen toch, kijken of dat ding was toch. Die kleine, net als die van mij toch”.
hij staat in de rij” en vroeg [medeverdachte 2] diezelfde dag of hij daar wilde kijken. Met ‘
die kleine, net als die van mij’ bedoelde [verdachte] kennelijk het voertuig van [benadeelde partij ] , dat net als het voertuig van [verdachte] en [medeverdachte 1] een Volkswagen Polo is.
Je moet verder nadenken toch. Stel ze hebben kenteken gezien van verdachte. Oke ze hebben geen gezichten gezien maar gewoon snap je. Maar ze gaan kijken ntv oh dus ik moet tanken ooh. Deze twee lijken op die schutter”.
voorbereidingvan het misdrijf.
5.Bewezenverklaringen
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Beslag
10.Vorderingen benadeelde partijen
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
25 (vijfentwintig) jaren.
[nabestaande 1], wonende te [woonplaats] , toe tot
€ 5.111,85 (vijfduizendhonderdelf euro en vijfentachtig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, 16 mei 2015, tot aan de dag dat de vordering in zijn geheel is voldaan.
[benadeelde partij ] niet-ontvankelijkin zijn vordering.